Bronweergave
Ga naar de bronweergave door te klikken op de vierde knop in de weergaveschakelaar in de knoppenbalk of door te kiezen voor Weergave > Bronweergave (Option-Command-4).

Gebruik deze weergave voor het toevoegen en beheren van staf, apparatuur en materiaal. Net als de Gantt-weergave bestaat de Bronweergave uit twee delen: een bronnenlijst voor het toevoegen, groeperen en beheren van bronnen, en een tijdlijn die dezelfde taken als de Gantt-weergave bevat, maar hier is opgesplitst op brontoewijzing in plaats van op chronologische of afhankelijkheidsstructuur, met een sleepfunctie voor het snel toewijzen van bronnen aan taken (en omgekeerd).


Deze weergave bevat ook een agenda voor het beheer van werkuren, met een modus voor het wijzigen van normale uren en een modus voor het wijzigen van aangepaste uren. In de modus Normale uren bewerkt u de normale werkuren voor het hele project en individuele medewerkers. Gebruik de modus Aangepaste uren voor losstaande wijzigingen in het schema, zoals vakanties en geplande vrije dagen.
De bronnenlijst
De opbouw van de bronweergave bevat een lijst met de beschikbare bronnen voor het project. Net als de taakopbouw in de Projectopbouwweergave bestaat de lijst uit rijen en kolommen. Elke rij staat voor een bron (of groep) en elke kolom bevat een bepaald type informatie met betrekking tot die bron.
Bronnen maken en verwijderen
Een belangrijk onderdeel van het opbouwen van uw project, is het beschrijven van de bronnen die het team vormen waarmee u werkt en de apparatuur en materialen die ze zullen gebruiken om het werk gedaan te krijgen. De bronnenlijst is een snelle en efficiënte manier om dit te doen.

Er zijn meerdere manieren om nieuwe items toe te voegen in de bronweergave:
- Selecteer een item in de bronnenlijst en druk op Return (of Command-Return, afhankelijk van de toetsenbordopties in de Algemene voorkeuren van OmniPlan).
- Klik op de knop Voeg toe in de knoppenbalk boven de opbouw.
- Sleep een macOS-contactenkaart naar de bronnenlijst om een stafbron te maken met de betreffende contactinformatie.
- Control-Klik en kies Voeg toe > Bron in het contextmenu.
Er zijn meerdere manieren om een bron of brongroep te verwijderen:
- Selecteer een bron of groep in de opbouw en druk dan op de Delete-toets.
- Selecteer het item en klik op de knop Verwijder in de knoppenbalk boven de opbouw.
- Selecteer het item en Control-Klik om het contextmenu weer te geven en kies dan voor Verwijder.
Brontypes
Als u de bronweergave gebruikt, is het handig om te weten welke types bronnen beschikbaar zijn in OmniPlan.
Staf 
De belangrijkste bronnen voor een project zijn meestal de mensen die verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van het project. Deze worden in OmniPlan vertegenwoordigd door de Stafbronnen. Elk staflid is een persoon en wordt vertegenwoordigd door een e-mailadres waaraan deze persoon is te herkennen in elk project waar deze persoon aan werkt.
Apparatuur 
De apparatuurbronnen in OmniPlan zijn de gereedschappen, machines, computers en andere hardwarebronnen die worden gebruikt bij de uitvoering van het project. Op veel punten is apparatuur vergelijkbaar met staf, maar apparatuurbronnen hebben geen unieke identiteit.
Materiaal 
De materiaalbronnen in OmniPlan zijn de ingrediënten, bouwmaterialen, levensmiddelen en andere componenten die nodig zijn voor de uitvoering van het project. In tegenstelling tot staf- en apparatuurbronnen, worden de materialen verbruikt bij de uitvoering van de taak. Daarom worden ze uitgedrukt in het aantal eenheden dat nodig is.
Groep 
Een Groep is op zichzelf geen bron. Het is een manier om andere bronnen te groeperen, bijvoorbeeld een aantal stafleden dat samen een team vormt.
De groepering van bronnen werkt hetzelfde als de groepering van taken.
Groepen toewijzen
Als u een bron toewijst aan een groep taken, wordt de bron toegewezen aan elke taak in die groep. Aan de groepstaak zelf kan geen bron worden toegewezen.
Als u een groep bronnen toewijst aan een taak, neemt OmniPlan tijdelijk aan dat alle bronnen aan de taak zijn toegewezen. Wanneer u vervolgens bronnen nivelleert, wordt één lid van de groep gekozen om aan die taak te werken. Als dat lid niet meer beschikbaar is, wordt bij opnieuw nivelleren een ander lid toegewezen.
Kenmerken van brongroepen
Een brongroep is een manier om meerdere bronnen samen te organiseren. Een brongroep heeft niet veel dezelfde kenmerken als afzonderlijke bronnen, zoals Efficiëntie en Kosten.
-
Naam: Uiteraard heeft een brongroep een eigen naam.
-
E-mail: U kunt een e-mailadres toewijzen aan een groep, als u een mailinglijst hebt of een bepaald adres dat naar alle leden van de groep gaat.
-
Type: Een brongroep kan bronnen van elk type bevatten (Staf, Apparatuur of Materiaal), maar zijn eigen type is altijd Groep.
-
Kosten/gebruik, Kosten/uur en Efficiëntie: Deze worden weergegeven als gemiddelden van de waarden van alle leden van de groep. Als u een nieuwe waarde invoert, wordt die toegepast op alle leden van de groep.
Kolommen in de bronnenlijst
Net als bij de taakopbouw in de projectopbouwweergave en Gantt-weergave kunt u de opbouw in de bronweergave aanpassen en alleen de kolommen laten zien met gegevens die belangrijk zijn voor uw project. Control-Klik op de kop van de opbouw of kies Weergave > Bronnenlijst > Kolommen aanpassen om te kiezen welke kolommen u wilt weergeven.
Als u kolommen wilt toevoegen aan de bronnenlijst die niet in de meegeleverde set metadata staan (of als u onverwachte vermeldingen ziet in de lijst), houd er dan rekening mee dat sleutel-/waardeparen van bronnen die u via het infovenster Aangepaste gegevens heeft ingesteld, aan de lijst worden toegevoegd als aangepaste kolomtypes.
De volgende kolommen vertegenwoordigen eigenschappen van bronnen die kunnen worden weergegeven in de lijst.
Bijlagen
Klik op het pijlpictogram in de geselecteerde rij om een menu te openen met de gekoppelde bestanden van het item, of om een bestand te koppelen als dat nog niet is gebeurd. Rijen met koppelingen naar bestanden bevatten een pictogram, ook als ze niet geselecteerd zijn.
Notities
Klik op het notitiepictogram in de geselecteerde rij om de notitie van het item te tonen of te verbergen, of om een notitie te maken als er nog geen is. Rijen met notities bevatten een notitiepictogram, ook als ze niet geselecteerd zijn.
Unieke ID
De unieke ID is een nummer dat wordt toegewezen aan elke bron om deze ondubbelzinnig aan te duiden, zelfs als de naam of positie ervan in de opbouw verandert. Een unieke ID verandert nooit en elke nieuwe taak of bron die u maakt, krijgt een nieuw uniek ID-nummer. Deze nummers zijn handig wanneer u items aan elkaar moet koppelen bij het importeren en exporteren van projecten tussen OmniPlan en andere programma’s.
Bron
De naam van de bron. Deze kan hier of in het infovenster Broninfo worden gewijzigd.
Eenheden
De kolom Eenheden heeft verschillende kenmerken, afhankelijk van het type bron:
-
Staf, Apparatuur: De hoeveelheid inzet van een bron die beschikbaar is voor het project, uitgedrukt als percentage. Dit kan hier of in het infovenster Broninfo worden gewijzigd.
-
Materiaal: Het aantal keer dat een bron wordt gebruikt gedurende het project. Dit is gelijk aan de som van het aantal eenheden dat is toegewezen aan taken in het project en kan hier niet rechtstreeks worden gewijzigd.
Voor materiaalbronnen wordt er standaard één eenheid toegewezen aan een taak. Als u het aantal eenheden dat wordt gebruikt voor de taak wilt wijzigen, selecteert u de taak in het gedeelte Toewijzingen van het infovenster Bon of de bron in het gedeelte Toegewezen bronnen van het infovenster Taak en dubbelklikt u op het veld Eenheden. De wijzigingen die u hier maakt, zijn zichtbaar in het totale aantal eenheden in de kolom Eenheden en in het infovenster Broninfo.
Efficiëntie
De hoeveelheid inzet-per-tijdseenheid die een staf- of apparatuurbron kan produceren, uitgedrukt als percentage. Een bron die werkt met 50% efficiëntie (bijvoorbeeld een nieuwe medewerker die wordt ingewerkt) heeft 2 uur nodig om 1 uur inzet te voltooien.
Kosten/gebruik
De kosten die elke keer worden gemaakt als een bron wordt toegewezen aan een taak in het project, of (in het geval van materiaalbronnen) worden gemaakt voor elke verbruikte eenheid van de bron.
Kosten/uur
De kosten per uur inzet die de bron besteedt aan werkzaamheden voor het project.
Totale kosten
De som van de kosten per gebruik en per uur van de bron. Deze waarde kan niet rechtstreeks worden gewijzigd.
Totaal aantal uren
Het totale aantal uren inzet waarvoor de bron is toegewezen aan het project. Deze waarde kan niet rechtstreeks worden gewijzigd.
Totaal gebruik
Het aantal keer dat de bron is toegewezen aan een taak in het project, of (in het geval van materiaalbronnen) het aantal eenheden dat wordt verbruikt voor het project.
Type
Het type bron. Klik op het typepictogram en selecteer het gewenste type: Staf, Apparatuur, Materiaal of Groep.
Aangepaste werkweek
In deze kolom verschijnt een pictogram als de bron een werkweek heeft die afwijkt van de standaardwerkweek. De standaardwerkweek van een bron wordt gedefinieerd door de bovenliggende bron (als de bron deel uitmaakt van een groep) of het project (als de bron geen deel uitmaakt van een groep). Klik op het pictogram om de werkweek van de bron te zien.
Geplande uitzondering
In deze kolom staat een pictogram als een bron een werkschema heeft dat afwijkt van zijn werkweek, bijvoorbeeld wanneer iemand op vakantie gaat. Klik op het pictogram om het werkschema van de bron te bekijken. Aan de oranje gemarkeerde datums ziet u wat de uitzonderingen zijn.
De brontijdlijn
Wanneer u uw project wilt beheren vanuit het overzicht van de beschikbare bronnen, kunt u via de tijdlijn in de bronweergave uw bronnen bekijken en beheren.

-
Klik op knop met het staafdiagram om het belastingsdiagram onder de tijdlijn van elke bron te tonen of te verbergen.
-
Het schema geeft een tijdlijn met taken weer voor elke bron die u selecteert in de opbouw. Als u geen bronnen selecteert, toont het schema de tijdlijnen van alle bronnen. Als de bron niet beschikbaar is tijdens bepaalde normale werkuren (omdat de bron een aangepaste afwezigheid heeft), hebben de niet-beschikbare tijden als achtergrond de kleur van afwezigheidsuren zoals ingesteld in het infovenster Stijlen.
-
Onder de tijdlijnen van de bronnen staat de tijdlijn Niet toegewezen, met de taken die aan geen enkele bron zijn toegewezen. U kunt taken tussen tijdlijnen slepen om hun toewijzingen te wijzigen.
-
Een blauwe balk in het belastingsdiagram staat voor tijd wanneer de bron voor 100% van zijn beschikbare eenheden wordt gebruikt.
-
Een roze balk in het belastingsdiagram staat voor de tijd wanneer de bron voor meer dan 100% van zijn beschikbare eenheden wordt gebruikt. U kunt het project nivelleren om dergelijke problemen op te lossen.
-
U kunt het zichtbare datumbereik en de datumkoppen in de tijdlijn op dezelfde manieren wijzigen als in het Gantt-diagram. Kies een schaal in het vergrootglasmenu of klik en sleep de datum in het kopgebied.
Taaklabels in de tijdlijn aanpassen
Net als in het Gantt-diagram kunt u informatie over intervallen en de totale periode bijhouden en taaklabels met informatie uit de gewenste kolommen weergeven in de tijdlijn van de bronweergave. Kies Weergave > Tijdlijn > Taaklabels aanpassen om de taaklabeleditor voor de betreffende brontijdlijn te openen.
Normale uren plannen
Bij het instellen van de agenda voor een project heeft u te maken met twee zaken: de Normale uren voor het project en de individuele bronnen (deze staan voor de standaard werkweek) en de Aangepaste uren (deze staan voor uitzonderingen op het normale schema).
In de modus Normale uren bewerkt u de werkagenda voor het volledige project (wanneer er geen bronnen zijn geselecteerd), evenals de gewone werkuren voor individuele medewerkers (door ze in de opbouw te selecteren). Normale werkuren worden weergegeven met groene blokken in de agenda.

De Normale uren zijn een algemene set werkuren die in een gemiddelde week moet worden aangehouden. Deze set uren wordt toegepast op elke week in het project, waarmee wordt bepaald hoeveel uur inspanning elke dag kan worden geleverd.

De groene blokken staan voor blokken werktijd. Versleep de zijkanten van een blok om een dag- en tijdbereik in te stellen. Klik op een blok om het te selecteren. Daarna kunt u op de pijltoetsen drukken om het te verplaatsen of op de Delete-toets om het te verwijderen.

Sleep of dubbelklik in een leeg gebied om een nieuw tijdblok te maken en Shift-sleep op een willekeurige plaats om een rood blok te teken dat de werkuren wist. Deze methodes komen van pas bij het opdelen van blokken die meerdere dagen bestrijken, zodat u ze afzonderlijk kunt aanpassen.
Als u normale werkuren creëert voor een project, beschrijft u de agenda met werktijd voor een standaardweek voor brontoewijzing.
De tijden die worden weergegeven in OmniPlan (bijvoorbeeld de hoeveelheid inzet die nog nodig is voor een taak) zijn echter berekend op basis van de weeklengte in het gedeelte Insp. eenh.conversies van het infovenster Project.
Als uw werkweek bijvoorbeeld bestaat uit zes dagen van zeven uur, worden voor de taken in het Gantt-diagram alleen de juiste tijden weergegeven als u de waarden voor een werkdag verandert in 7 uur en voor een werkweek in 42 uur.
Normale uren instellen voor een bron
Bronnen krijgen hun werkweekschema’s van het project, maar u kunt bronnen ook selecteren in de lijst om hun uren afzonderlijk aan te passen. (Als er niets is geselecteerd, wijzigt u de werkuren voor het hele project.)
Net als voor het hele project, worden de werkuren van een individuele bron weergegeven met groene blokken in de agenda. U kunt ze bewerken met dezelfde tools als de normale projecturen.
Als de werkweek van een bron is aangepast ten opzichte van de normale werkweek voor het hele project, verschijnt het pictogram voor een aangepaste werkweek
in de kolom Aangepaste werkweek. Klik op het pictogram om de aangepaste werkweek van de betreffende bron te bekijken.
Aangepaste uren plannen
De Aangepaste uren zijn een agenda met de werkuren voor bepaalde dagen. U kunt vakanties, halve dagen, overwerk en andere uitzonderingen op de normale werkweek instellen. Net als bij de normale werkweek is er een aangepast schema voor het hele project, dat geldt voor alle bronnen, maar u kunt bronnen ook afzonderlijk aanpassen.

-
Gebruik de minikalender om naar de komende weken en maanden te gaan. Klik op de pijlen om van de ene maand naar de andere te gaan en gebruik Option-Klik om naar een ander jaar te gaan.
-
De normale werkweek verschijnt met een groene gestippelde rand, zodat u tijdens het maken van wijzigingen kunt zien hoe het schema van deze week ervan afwijkt.
-
Net als bij het wijzigen van de normale uren van het project, kunt u slepen of dubbelklikken in een leeg gebied om een nieuw blok werkuren te maken. Shift-sleep op een willekeurige plek om een rood blok te teken dat staat voor tijd dat er niet gewerkt kan worden.
-
Een bron met aanstaande aangepaste uren wordt gemarkeerd met
in de kolom Geplande uitzondering. Als u op het pictogram klikt, gaat u naar de betreffende planningswijziging. -
U kunt aangepaste agenda-uitzonderingen toevoegen aan het project of een geselecteerde bron door te klikken op de Plus-knop onder de lijst Aangepaste dagen. Er wordt een menu geopend voor het toewijzen van extra werkuren, vrije uren en vrije dagen.
-
Als u de aangepaste uren van een individuele bron bekijkt, kunt u met het tandwielmenu onder de lijst Aangepaste dagen de overgenomen aangepaste datums weergeven of verbergen (dagen die onderdeel zijn van de aangepaste uren van het project). De overgenomen dagen in de lijst zijn grijs.
Als u OmniPlan Pro gebruikt en een project is geabonneerd op een agenda, worden de uren die zijn overgenomen uit de agenda in de agenda met aangepaste uren weergegeven met blokken met een gestippelde rand. Deze rand geeft aan dat ze hier niet rechtstreeks kunnen worden gewijzigd.